smokkel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • smok·kel
enkelvoud meervoud
naamwoord smokkel -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

smokkel m [1]

  1. het smokkelen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
smokkelen

smokkel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van smokkelen
    Ik smokkel.
  2. gebiedende wijs van smokkelen
    Smokkel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van smokkelen
    Smokkel je?
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal