slum

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

slum
slum
Uitspraak
Woordafbreking
  • slum
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels
enkelvoud meervoud
naamwoord slum slums
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

slum m

  1. een wijk waar mensen wonen die door geldgebrek of woningnood geen betere woning kunnen krijgen
    • Wat vinden jullie van slum tourism?' vroeg de Italiaanse Marco.
      Wat is dat?' vroeg de Nederlandse Marco. 'Achterbuurten bezoeken?' [1]
       
    • Volgende keer mij bellen, vriend! Ik ken de krochten van de Algarve, de eenbenige hoeren en de drugsdealers, de crackhuizen en de Angolese transgenderfadista’s, de hanengevechten in de slums van Lagos. [2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

27 % van de Nederlanders;
30 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Pfeiffer, Ilja Leonard "Grand Hotel Europa" 2018 ISBN 978-90-295-2622-7 pagina 117
  2. HP de Tijd 06/01 | 2017 Arthur van Amerongen Hoeren & snoeren in de Algarve: het afvoerputje van Europa
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be