rotzooi

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
rotzooi


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rot·zooi
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bende’ voor het eerst aangetroffen in 1924 [1]
  • afgeleid van zooi met het voorvoegsel rot- [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord rotzooi
verkleinwoord rotzooitje rotzooitjes

Zelfstandig naamwoord

rotzooi v/m

  1. waardeloze, eventueel rottende rommel
    • Die hele handel kan wel weggegooid worden nu het een stinkende rotzooi geworden is. 
  2. wanordelijke zaak of toestand
    • Het wordt tijd dat je je rotzooi eens opruimt. 
     De strak opgemaakte kamer wist ik in no time te transformeren tot een stinkende rotzooi.[3]
     De gemeente stelde 9 miljoen euro beschikbaar, opende een jongerenloket en regelde gezinscoaches. Maar de wijk krabbelt slechts langzaam op en het aantal klachten over de buitenruimte blijft groot. "Ziet nou niemand van de gemeente dat het een rotzooi is?", vraagt een bewoonster zich af bij de regionale omroep Rijnmond. Volgens haar is het elke dag weer raak met huisraad en vuilniszakken naast de containers.[4]
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
rotzooien

rotzooi

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rotzooien
    • Ik rotzooi. 
  2. gebiedende wijs van rotzooien
    • Rotzooi! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rotzooien
    • Rotzooi je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. "rotzooi" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. rotzooi op website: Etymologiebank.nl
  3. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Bronlink geraadpleegd op 23 juni 2022 Weblink bron “Oud-Crooswijk was armste wijk, miljoenen verder gaat het iets beter” (02-10-2021), NOS
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

rotzooi

  1. rotzooi


Veluws

Zelfstandig naamwoord

rotzooi

  1. rotzooi