rotzooi

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
rotzooi


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rot·zooi
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘bende’ voor het eerst aangetroffen in 1924 [1]
  • afgeleid van zooi met het voorvoegsel rot- [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord rotzooi
verkleinwoord rotzooitje rotzooitjes

Zelfstandig naamwoord

rotzooi v/m

  1. waardeloze, eventueel rottende rommel
    • Die hele handel kan wel weggegooid worden nu het een stinkende rotzooi geworden is. 
  2. wanordelijke zaak of toestand
    • Het wordt tijd dat je je rotzooi eens opruimt. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
rotzooien

rotzooi

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rotzooien
    • Ik rotzooi. 
  2. gebiedende wijs van rotzooien
    • Rotzooi! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rotzooien
    • Rotzooi je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen