rommel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rom·mel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rommel -
verkleinwoord rommeltje -

Zelfstandig naamwoord

rommel m

  1. vele waardeloze spullen door elkaar
    Gooi die rommel toch eens weg!
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Werkwoord

vervoeging van
rommelen

rommel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rommelen
    Ik rommel.
  2. gebiedende wijs van rommelen
    Rommel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rommelen
    Rommel je?