sloten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slo·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
sloten
slootte
gesloot
zwak -t volledig

Werkwoord

sloten [1]

  1. aan een sloot werken
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
sluiten

sloten

  1. meervoud verleden tijd van sluiten
    Wij sloten.
    Jullie sloten.
    Zij sloten.

Zelfstandig naamwoord

sloten mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord slot
  2. meervoud van het zelfstandig naamwoord sloot
Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal