slotenmaker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slo·ten·ma·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord slotenmaker slotenmakers
verkleinwoord slotenmakertje slotenmakertjes

Zelfstandig naamwoord

slotenmaker m

  1. (beroep) iemand die sloten en sleutels maakt
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.