skistok

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ski·stok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord skistok skistokken
verkleinwoord skistokje skistokjes

Zelfstandig naamwoord

skistok m

  1. (sport) lichte stok als hulpmiddel bij het skiën

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie