ska

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

1. Notenschrift in zestiende noten voor een ritme in ska op gitaar
1. Geluid van bovenstaand ritme in ska op gitaar
Uitspraak
Woordafbreking
  • ska
Woordherkomst en -opbouw
  • van Engels ska, als naam van een soort dans aangetroffen vanaf 1966 en vanaf 1969 als woord met de betekenis "soort dansmuziek" (zie vindplaatsen hieronder) [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord ska -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

ska m

  1. (muziek) dansmuziek, met elementen van calypso, jazz en rhythm-and-blues en een karakteristieke vierkwartsmaat met nadruk op de tweede en vierde noot
    Deze voorloper van de reggae ontstond eind jaren 50 van de 20e eeuw op Jamaica en werd in het laatste kwart van de 20e eeuw ook populair in Europa en Noord-Amerika.
    • Protoje verwijst in zijn muziek – ook tijdens zijn optreden vrijdag in de Melkweg – voortdurend naar de Jamaicaanse muziekgeschiedenis; van ska en dub tot reggae en dancehall. [2]
    • Met deze switch lijkt de feestband een gooi te doen naar een groter publiek. Wie zich niet stoort aan het hoekige accent kan een leuk feest bouwen met deze tracks. (…) In nummers als ‘Like a lion’ en ‘Attention’ zijn reggae, ska en dub te horen. De blazers zorgen voor een verrassende noot. [3]
    • Het is een speciaal soort muziek, dat buiten het normale pop-patroon valt en die uitermate geschikt is om op te dansen — in discotheken wordt de muziek dan ook veel gedraaid. De naam van de muziek? Er zijn er vier: blue-beat, reggae, rock steady en ska. [4]
    • Twist, Angel, Swim, Monkey', Ska, Hully Gully, Jerk, Bird; Dog, Mashed Potato, Rifleman, Surf, ze weten do weg in dit doolhof van de moderne dansen, ze spreken de taal en zijn "hip". [5]
Verwante begrippen

Gangbaarheid

58 % van de Nederlanders;
59 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Zweeds

Werkwoord

ska (oudere vorm: skall)

  1. hulpwerkwoord zullen
    «Jag ska göra det i morgon.»
    Ik zal dat morgen doen.
  2. modaal werkwoord moeten
    «Nej, du ska göra det idag.»
    Nee, je moet het vandaag doen.