shorts

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • shorts

Zelfstandig naamwoord

shorts mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord short
    Shorts.
    Shorts.


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • shorts
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Engelse woord short, meervoud shorts.

Zelfstandig naamwoord

shorts m

  1. (kleding) shorts
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   shorts     shortsen     shortser,
shorts  
  shortsene  
genitief   shorts'     shortsens     shortsers,
shorts'  
  shortsenes  
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • shorts
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Engelse woord short, meervoud shorts.

Zelfstandig naamwoord

shorts m

  1. (kleding) shorts
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   shorts     shortsen     shortsar,
shorts  
  shortsane  
genitief                
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen