servies

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ser·vies
enkelvoud meervoud
naamwoord servies serviezen
verkleinwoord serviesje serviesjes

Zelfstandig naamwoord

servies o

  1. een bij elkaar horend stel borden, schalen en ander eetgerei
    Heb je een nieuw servies gekocht?.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie