serrer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Frans

Uitspraak

Werkwoord

serrer

  1. drukken
    «Je l’ai serré dans mes bras, contre mon cœur.»
    Ik heb hem in mijn armen gedrukt, tegen mijn hart.
  2. dichthouden
    «Il serrait les mâchoires et enfonçait les poings dans ses poches.»
    Hij hield zijn kaken stijf op elkaar en stak zijn vuisten in zijn zakken.[1]
  3. schudden (van handen)
    «J'ai refusé de lui serrer la main.»
    Ik heb geweigerd hem de hand te schudden.
  4. (spreektaal) aanhouden, pakken
    «Mon p’tit frère s’est fait serrer à Auchan avec des CDs.»
    Mijn broertje heeft zich in de Auchan (hypermarkt) laten pakken met cd's. [2]
  5. (spreektaal) uitgaan met, versieren
    «Cette gonzesse, je l’ai serrée en allant à l’entraînement.»
    Ik heb die griet versierd toen we naar de training gingen. [2]

Verwijzingen