schudden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schud·den
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘heen en weer bewegen’ voor het eerst aangetroffen in 1240 [1] [2]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
schudden
schudde
geschud
zwak -d volledig

Werkwoord

schudden

  1. overgankelijk snel heen en weer bewegen om iets te mengen
    • Je moet de spuitbus schudden voordat je hem kunt gebruiken. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
schudden

schudden

  1. meervoud verleden tijd van schudden
    • Wij schudden. 
    • Jullie schudden. 
    • Zij schudden. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen