versieren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·sie·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstelling van sieren met het voorvoegsel ver-.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
versieren
versierde
versierd
zwak -d volledig

Werkwoord

versieren

  1. (overgankelijk) iets meer aantrekkelijk of mooier maken
    Zij versieren de huiskamer voor de verjaardag van hun zoontje.
  2. (overgankelijk) langs (veelal officieuze) weg regelen
    Hij wist nog mooie plekken voor het concert te versieren.
  3. (overgankelijk) verleiden
    Hij probeerde een collega te versieren.
Afgeleide begrippen
Vertalingen