sejler

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
  • sej·ler
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van het Deense werkwoord sejle met het achtervoegsel -er
Naar frequentie 2834

Werkwoord

sejler

  1. tegenwoordige tijd van sejle
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   sejler     sejleren     sejlere     sejlerne  
genitief   sejlers     sejlerens     sejleres     sejlernes  

Zelfstandig naamwoord

sejler, g

  1. (scheepvaart) zeiler
  2. (scheepvaart) zeilboot, zeilschip
  3. (dierkunde), (vogels) een vogel uit de taxonomische familie van de gierzwaluwen Apodidae op Wikispecies
Afgeleide begrippen