Naar inhoud springen

seigneur

Uit WikiWoordenboek
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Seigneur
  • seig·neur
enkelvoud meervoud
naamwoord seigneur seigneurs
verkleinwoord seigneurtje seigneurtjes

deseigneurm

  1. (persoon) voorname man
  • de grand seigneur
de grote, rijke, deftige, belangrijke heer; patser
    • Toen Van der Maar aantrad, had de boekhandel een bewogen geschiedenis achter de rug, inclusief een oorlog en twee economische crises. Scheffer: "Dat de zaak het anderhalve eeuw heeft weten vol te houden, heeft te maken met een zekere behoudende instelling van de eigenaren. Dat zie je wel meer in het midden- en kleinbedrijf: ze hangen niet de grand seigneur uit, maar pompen alles terug in hun firma." [2] 
76 %van de Nederlanders;
76 %van de Vlamingen.[3]
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  seigneur     le seigneur     seigneurs     les seigneurs  

seigneur m

  1. (historisch) landheer
  2. heer
  3. (religie) (in hoofdletters) Heer; christelijke aanduiding voor God