schrikkeldag

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schrik·kel·dag
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schrikkeldag schrikkeldagen
verkleinwoord schrikkeldagje schrikkeldagjes

Zelfstandig naamwoord

schrikkeldag m [1]

  1. dag die in een schrikkeljaar wordt ingelast, de 29e februari (ongeveer elke 4 jaar)
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen