schoolgeld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • school·geld
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schoolgeld schoolgelden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

schoolgeld o

  1. (onderwijs) geld dat voor het onderwijs op een school betaald moet worden
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.