Naar inhoud springen

schets

Uit WikiWoordenboek
  • schets
  • Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘ontwerp’ voor het eerst aangetroffen in 1617 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord schets schetsen
verkleinwoord schetsje schetsjes

deschetsv/m

  1. grove tekening of vertelling zonder details
     ' Hij liet de schets zien van een nieuwe winkelinrichting en zei: 'Een nieuwe winkel, waar je van tevoren kunt bestellen.[3]
     Hij gaf een overzicht van zijn opleiding, een beschrijving van zijn praktijkervaring, gevolgd door een schets van zijn persoonlijke situatie: Hij kan U mededelen dat hij 31 jaar oud is, gehuwd is en twee kinderen heeft.[4]
     Als goede diplomaat verhef ik me enigszins boven de strijdende partijen en schets de toestand van de staat met de onbevangenheid van een man die dag in dag uit, per ongeluk alle partijvergaderingen bijwoont, en in de praktijk de zelfde grondregel hanteert die hij vanaf de tribune bespot en beschimpt.[5]
vervoeging van
schetsen

schets

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schetsen
    • Ik schets. 
  2. gebiedende wijs van schetsen
    • Schets! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schetsen
    • Schets je? 
100 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[6]