ontwerp

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·werp
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ontwerp ontwerpen
verkleinwoord ontwerpje ontwerpjes

Zelfstandig naamwoord

ontwerp o [2]

  1. resultaat van het proces van het ontwerpen, soms slechts een schets of concept
     Hier was geen interior designer aan het werk geweest met een efficiënt, anoniem ontwerp, maar had een overdaad aan geschiedenis een wanhopig zuchtende overdaad aan weelderige sporen achtergelaten.[3]
     Het ging op de automatische piloot en in minder dan twee minuten stond mijn tent klaar; een lichtgewicht ontwerp van ‘Zpacks’, een klein bedrijf uit Florida.[4]
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
ontwerpen

ontwerp

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontwerpen
    • Ik ontwerp. 
  2. gebiedende wijs van ontwerpen
    • Ontwerp! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontwerpen
    • Ontwerp je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. ontwerp op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Pfeiffer, Ilja Leonard op Wikipedia “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers op Wikipedia, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 17
  4. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be