ontwerp

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ont·werp

Werkwoord

vervoeging van
ontwerpen

ontwerp

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontwerpen
    Ik ontwerp.
  2. gebiedende wijs van ontwerpen
    Ontwerp!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ontwerpen
    Ontwerp je?