schafte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schaf·te

Werkwoord

vervoeging van
schaffen

schafte

  1. enkelvoud verleden tijd van schaffen
    • Ik schafte. 
    • Jij schafte. 
    • Hij, zij, het schafte. 

Werkwoord

vervoeging van
schaften

schafte

  1. aanvoegende wijs van schaften