schacht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schacht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schacht schachten
verkleinwoord schachtje schachtjes

Zelfstandig naamwoord

schacht v/m

  1. (holle) buis (koker), in het bijzonder onderstaande gevallen:
  2. een gat dat in de grond gemaakt is om als bron te dienen voor water, olie, gas of andere vloeistoffen
    Het bedrijf had een schacht gemaakt om aan de olie te kunnen.
  3. deel van laars dat het been omgeeft
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl