Naar inhoud springen

santé

Uit WikiWoordenboek
  • san·té
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘tussenwerpsel: gezondheid!’ voor het eerst aangetroffen in 1872 [1]
  • van Frans santé [2][3]
[1]. À votre santé!
Op uw gezondheid!

santé!

  1. op je gezondheid! (heilwens uitgesproken bij het samen nuttigen van sterke drank)
90 %van de Nederlanders;
93 %van de Vlamingen.[4]
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  santé     la santé     santés     les santés  

santé v

  1. gezondheid (geen meervoud)
  2. (cultuur), (drinken) toost
  3. (geschiedenis) plaats bij zeehaven waar passagiers uit besmette gebieden in quarantaine worden gehouden

santé!

  1. santé