schuren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schu·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
schuren
schuurde
geschuurd
zwak -d volledig

Werkwoord

schuren

  1. (overgankelijk) een oppervlak glad maken door wrijving met een ruw oppervlak van grotere hardheid
    Voor je de tweede laag erop brengt moet je het eerst schuren.
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

schuren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord schuur