schuren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schu·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
schuren
schuurde
geschuurd
zwak -d volledig

Werkwoord

schuren

  1. overgankelijk een oppervlak glad maken door wrijving met een ruw oppervlak van grotere hardheid
    • Voor je de tweede laag erop brengt moet je het eerst schuren. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

schuren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord schuur

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie