samowar

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

samowar
Uitspraak
Woordafbreking
  • sa·mo·war
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord samowar samowars
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

samowar m

  1. (huishouden) apparaat waarmee men thee kan zetten
     En verdomd: de oven, de samowar – ze werden een eeuw geleden al door Chagall vereeuwigd in tekeningen.[2]
Schrijfwijzen

Gangbaarheid

25 % van de Nederlanders;
23 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. samowar op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink Weblink bron Han Lips “De serie over Chagall ging binnen 5 minuten over Jeroen Krabbé” (18 maart 2020), Het Parool
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be