persen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • per·sen
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘drukken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
persen
perste
geperst
zwak -t volledig

Werkwoord

persen

  1. overgankelijk drukken, ergens druk op uitoefenen
    • De machine perst een aantal lagen folie op elkaar tot panelen van de gewenste dikte. 
  2. wederkerend zich ergens met kracht doorheen of in duwen
    • De mijnwerkers persten zich de lift in om naar beneden af te dalen. 
    • Ik pers me door de kleine ingang. 
Hyponiemen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

persen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord pers

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Indonesisch

Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Nederlandse percent.

Zelfstandig naamwoord

persèn

  1. (wiskunde) procent
  2. fooi