ruimhartig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ruim·har·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen ruimhartig ruimhartiger ruimhartigst
verbogen ruimhartige ruimhartigere ruimhartigste
partitief ruimhartigs ruimhartigers -

Bijvoeglijk naamwoord

ruimhartig

  1. iemand die veel van mensen houdt
    • De ruimhartige man had weer veel mensen uitgenodigd om bij hem te komen eten. Zijn vrouw moest weer tot haar grote verdriet gaan koken en bakken. 
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.