rugwervel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

rugwervels die samen de ruggengraat vormen
Uitspraak
Woordafbreking
  • rug·wer·vel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rugwervel rugwervels
verkleinwoord rugwerveltje rugwerveltjes

Zelfstandig naamwoord

rugwervel m [1]

  1. (anatomie) een van de botten die samen de ruggengraat vormen
    • Astronauten groeien gemiddeld 2 tot 5 centimeter als ze in de ruimte zijn. Dat komt doordat er geen zwaartekracht is die de rugwervels op elkaar drukt. [2] 
    • Wesseling heeft een gebroken rugwervel. Ze droeg thuis zeven weken een gipskorset. "Ik ging door een hel van pijn voordat ik vijftien minuten kon staan." Later blijkt dat ook haar hielbeen scheef staat en haar vinger door een breuk scheef groeit. [3] 
    • Met racen op topniveau stopte Bult eind 1971 na een crash met zijn Yamsel op het stratencircuit van Vessem in Noord-Brabant, waarbij hij een rugwervel brak. [4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.

Verwijzingen