retrospectief

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·tro·spec·tief
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen retrospectief retrospectiever retrospectiefst
verbogen retrospectieve retrospectievere retrospectiefste
partitief retrospectiefs retrospectievers -

Bijvoeglijk naamwoord

retrospectief

  1. terugkijkend naar het verleden
    • In dat verhaal komen veel retrospectieve elementen voor. 
Synoniemen
Vertalingen
enkelvoud meervoud
naamwoord retrospectief retrospectieven
verkleinwoord - -

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord

Zelfstandig naamwoord

retrospectief o

  1. overzicht van iemands oeuvre (waarin dus wordt teruggekeken)

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie