restant

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • res·tant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord restant restanten
verkleinwoord restantje restantjes

Zelfstandig naamwoord

restant o

  1. wat is overgebleven, het overschot of overblijfsel
  2. wat nog niet geleverd, verricht of betaald is

restant m [3]

  1. schuld die waarschijnlijk niet betaald zal worden
  2. achterstallige schuldenaar
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Frans

Werkwoord

restant

  1. tegenwoordig deelwoord (participe présent) van rester