resistir
Uiterlijk
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| tegenw. tijd |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| resisteixo | resistia | resistit |
| 3e vervoeging | volledig | |
resistir
- onovergankelijk zich verzetten, weerstand bieden
- overgankelijk weerstaan
- overgankelijk verdragen, dulden, het uithouden tegen
- IPA: /re.sisˈtiɾ/
- re·sis·tir
resistir
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| resistir |
resistía |
resistido |
| volledig | ||
- onovergankelijk zich verzetten, weerstand bieden
- (~ a) zich verdedigen tegen
- het uithouden, weerstand bieden, weerstandsvermogen hebben
- weerstaan
- uithouden, dulden, verdragen
Categorieën:
- Woorden in het Catalaans
- Werkwoord in het Catalaans
- Werkwoord van de derde vervoeging in het Catalaans
- Onovergankelijk werkwoord in het Catalaans
- Overgankelijk werkwoord in het Catalaans
- Woorden in het Spaans
- Woorden in het Spaans van lengte 8
- Woorden in het Spaans met IPA-weergave
- Werkwoord in het Spaans
- Onovergankelijk werkwoord in het Spaans