regenval

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·gen·val
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord regenval
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

regenval m

  1. regen, een vorm van neerslag.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie