regelmatigheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·gel·ma·tig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord regelmatigheid regelmatigheden
verkleinwoord -

Zelfstandig naamwoord

regelmatigheid v

  1. Het volgen van vaste regels, met alles op de juiste plaats en met een vaste tijdsduur ertussen
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid