reep

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • reep
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord reep repen
verkleinwoord reepje reepjes

Zelfstandig naamwoord

reep m

  1. een naar verhouding smalle maar lange strook materiaal die ergens van afgesneden of afgebroken is
    Hij sneed het vlees in kleine reepjes.
  2. (voeding) in het bijzonder: een langwerpig stuk chocolade
Hyponiemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
repen

reep

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van repen
    Ik reep.
  2. gebiedende wijs van repen
    Reep!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van repen
    Reep je?
Afgeleide begrippen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl