reel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • reel
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord reel relen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

reel m [2]

  1. (te) slank
  2. vismolen van een werphengel
    • Na nog enkele vergeefse pogingen om een vis te verschalken, besluiten we ons heil enkele honderden meters verderop te beproeven. Nu is het snel raak. Een grote vis laat de hengel flink doorbuigen. Stukje bij beetje lukt het om met de reel –een speciaal type vismolen– de vis richting boot te dirigeren. Enkele minuten later spartelt het dier in de grote groene bak in de boot. Het blijkt een doornhaai te zijn van zeker een meter lang. Na een fotosessie gaat de vis weer overboord. [3] 
  3. soort dans
Synoniemen
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

41 % van de Nederlanders;
34 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen