mager

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·ger
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘dun’ voor het eerst aangetroffen in 1265 [1]
  • [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen mager magerder magerst
verbogen magere magerdere magerste
partitief magers magerders -

Bijvoeglijk naamwoord

mager

  1. zeer dun met weinig vet
Antoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Magere luizen bijten het hardst
Wie arm is probeert op eigen wijze aan de kost te komen.
  • Schreeuwen als een mager varken
zeer hard schreeuwen vanwege pijn of angst
  • Vette en magere jaren (hebben)
jaren met meer welvaart en minder werkloosheid en jaren met minder welvaart en meer werkloosheid
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen