rechthoekig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • recht·hoe·kig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen rechthoekig rechthoekiger rechthoekigst
verbogen rechthoekige rechthoekigere rechthoekigste
partitief rechthoekigs rechthoekigers -

Bijvoeglijk naamwoord

rechthoekig

  1. (wiskunde) het in een rechte hoek staan van lijnen of vlakken
    • Onze kamer is rechthoekig, de wanden staan haaks op elkaar. 
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie