haaks

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • haaks
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van haak met het achtervoegsel -s
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen haaks haakser haakst
verbogen haakse haaksere haakste
partitief haaks haaksers -

Bijvoeglijk naamwoord

haaks

  1. (wiskunde) onder een rechte hoek
    • Hij stak niet op haakse wijze de straat over en dat is niet aan te bevelen. 
  2. (figuurlijk) sterk afwijkend, rechtstreeks tegen iets in gaand, tegendraads
    • Het bestuur vindt dat geen goed voorstel, het staat haaks op het huidige beleid dat breed wordt gesteund. 
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • hou je haaks!
doe geen verkeerde dingen, gedraag je!
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Meer informatie