recessie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • re·ces·sie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘economische teruggang’ voor het eerst aangetroffen in 1958 [1]
  • afgeleid van het Franse récession [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord recessie recessies
verkleinwoord recessietje recessietjes

Zelfstandig naamwoord

recessie v terugtrekking o.a. :

  1. (economie) een periode waarin de omvang van de economie krimpt [3]
    • Na het instorten van Wall Street in 2009 volgde er een zware recessie. 
     De euro staat al enige tijd onder druk door het toenemende risico op een recessie in het eurogebied. Dit voedt de speculatie op de financiële markten dat de Europese Centrale Bank (ECB) voorzichtiger zal worden met het verhogen van de rente in de eurozone.[4]
  2. (astronomie) het terugwijken van hemellichamen [5]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen