rakel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ra·kel
enkelvoud meervoud
naamwoord rakel rakels
verkleinwoord rakeltje rakeltjes

Zelfstandig naamwoord

rakel m

  1. (gereedschap) een werktuig in de vorm van een wisser waarmee inkt door een zeefraam gedrukt wordt
    • De vorm van de rakel, namelijk het rakelprofiel, is bepalend door de breedte van de druklijn.[1] 
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
rakelen

rakel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rakelen
    • Ik rakel. 
  2. gebiedende wijs van rakelen
    • Rakel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rakelen
    • Rakel je? 

Gangbaarheid

63 % van de Nederlanders
81 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. blz 29 Wegwijs in zeefdruk. Luc Roseeuw, Uitgeverij De Boeck, 1995 ISBN 9034108813, ISBN 9789034108814