radioloog

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ra·dio·loog
Woordherkomst en -opbouw
  • met het voorvoegsel radio- en met het achtervoegsel -loog
enkelvoud meervoud
naamwoord radioloog radiologen
verkleinwoord radioloogje radioloogjes

Zelfstandig naamwoord

radioloog m

  1. (beroep) (medisch) de arts die gespecialiseerd is in het verrichten van onderzoek en het stellen van diagnoses met behulp van stralen of apparaten die de weefsels en organen van het lichaam zichtbaar maken
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie