racket

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rac·ket
enkelvoud meervoud
naamwoord racket rackets
verkleinwoord racketje racketjes

Zelfstandig naamwoord

racket o

  1. (sport) een sportvoorwerp bestaande uit een frame met een open ring waarover een netwerk van snaren is gespannen en een handvat
    • Ik moet mijn racket dringend opnieuw laten besnaren. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie