racket

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • rac·ket
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘organisatie van afpersers’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1950 [1]
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘voorwerp om ballen mee te slaan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1898 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord racket rackets
verkleinwoord racketje racketjes

Zelfstandig naamwoord

racket o

  1. (sport) een sportvoorwerp bestaande uit een frame met een open ring waarover een netwerk van snaren is gespannen en een handvat
    • Ik moet mijn racket dringend opnieuw laten besnaren. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen