provocateur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pro·vo·ca·teur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord provocateur provocateurs
verkleinwoord provocateurtje provocateurtjes

Zelfstandig naamwoord

provocateur m

  1. iemand die provoceert (anderen tracht te verleiden tot iets)
Verwante begrippen
Hyponiemen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be