provocateur

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pro·vo·ca·teur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord provocateur provocateurs
verkleinwoord provocateurtje provocateurtjes

Zelfstandig naamwoord

provocateur m

  1. iemand die provoceert (anderen tracht te verleiden tot iets)
Verwante begrippen