produce

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

  • IPA: /pɹʌ'dʊs/
  • IPA: /'pɹɒdjʊs/

Werkwoord

produce

  1. aanmaken, produceren

Zelfstandig naamwoord

produce

  1. opbrengst
  2. gehalte
  3. resultaat


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
producir

produce

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van producir
  2. gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van producir