premisse

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pre·mis·se
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord premisse premissen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

premisse v [2]

  1. het voorafgaande, de voorafgaande stelling
  2. in de abstracte logica: elk van de beide voorafgaande stellingen (propositio major en propositio minor) van een syllogisme waaruit de conclusie wordt gevormd
Vertalingen

Gangbaarheid

69 % van de Nederlanders
76 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal