pragmatisch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • prag·ma·tisch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen pragmatisch pragmatischer
verbogen pragmatische pragmatischere
partitief pragmatisch pragmatischers -

Bijvoeglijk naamwoord

pragmatisch

  1. op nut en bruikbaarheid gericht
    pragmatisch bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl