effectief

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: affectief

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ef·fec·tief
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen effectief effectiever effectiefst
verbogen effectieve effectievere effectiefste
partitief effectiefs effectievers -

Bijvoeglijk naamwoord

effectief [1]

  1. doeltreffend, efficiënt
    • Wij zoeken altijd naar effectievere methodes. 
  2. reëel, werkelijk
    • Het effectieve vermogen van dit apparaat ligt veel lager dan op de doos vermeld staat. 

Bijwoord

effectief

  1. op effectieve wijze
    • Het effectief handelen van de politie werd door de burgers zeer gewaardeerd. 
  2. daadwerkelijk, in de praktijk
    • Het effectief uitvoeren van de plannen maakte meer indruk op de burgers dan alle eerdere loze beloftes van de regering. 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandse taal