polshoogspringen
Uiterlijk
- pols·hoog·sprin·gen
- samenstelling van pols en hoogspringen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| polshoogspringen |
||
| onvolledig | ||
polshoogspringen
- (sport) het met een lange stok springen over een hooggelegen lat springen
- Twee atleten waren aan het polshoogspringen om te oefenen voor de wedstrijd.
- Het woord 'polshoogspringen' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 16
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Onvolledig werkwoord in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Samengesteld werkwoord zonder vervoeging in het Nederlands
- Sport in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal