polsstokspringen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pols·stok·sprin·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
polsstokspringen


onvolledig

Werkwoord

polsstokspringen

  1. (sport) het met een lange stok springen over een hooggelegen lat springen
    • Twee atleten waren aan het polsstokspringen om te oefenen voor de wedstrijd. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.

Meer informatie