pluralia

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • plu·ra·lia
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

pluralia mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord pluralis
Synoniemen

Gangbaarheid


Latijn

Bijvoeglijk naamwoord

pluralia

  1. nominatief onzijdig meervoud van pluralis
  2. accusatief onzijdig meervoud van pluralis
  3. vocatief onzijdig meervoud van pluralis