plensbui

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

plensbui
Uitspraak
Woordafbreking
  • plens·bui
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord plensbui plensbuien
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

plensbui v/m [1]

  1. een korte, heftige regenbui
    • En daar op Mars, nu 260 miljoen kilometer van ons vandaan, kijkt een op afstand bestuurde ruimterobot naar opgedroogde modder. Gewoon, dezelfde krakgrond die je na een verregende dag ook in je buurt bij kapotgelopen grasvelden kan zien. De robotbestuurders hebben dit plekje in de enorme Gale Krater, waar het Marskarretje Curiosity al vier jaar rondscharrelt, Old Soaker genoemd: ‘de oude plensbui’. Stokoud zelfs, want het plakje droge modder is waarschijnlijk ruim drie miljard jaar oud. Al die tijd lag het begraven onder zand en andere grondlagen die nét nu Curiosity er langsrijdt weer allemaal door de schrale Marswind zijn weggeblazen. Waarschijnlijk lag er ooit een meertje. Mars leek toen nog op de Aarde: met veel water. Nu is het een droge woestijn. [2] 
Synoniemen
Hyperoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Hendrik Spiering 20 januari 2017
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be